Fabrieksrook
Hoewel Donald geboren werd in Eindhoven, groeide hij op in de Zaanstreek nadat zijn vader, die eerst bij Philips werkte, een nieuwe baan vond in de cacaofabriek. Op anderhalf-jarige leeftijd verhuisde het gezin naar Koog aan de Zaan, waar Donald samen met zijn drie broertjes en zusjes opgroeide “direct onder de fabrieksrook.” Zijn achtertuin grensde aan de magazijnen van de fabriek, en als tiener werkte hij er zelf als cacaopoeder inpakmedewerker, later tijdens zijn studie als telefoonwacht in de weekenden.
Deze persoonlijke verbinding met de cacaobranche maakte de documentatie over de kinderen op de plantages extra betekenisvol. “Ik vond de documentatie van die jonge kinderen op de plantages zo aangrijpend, omdat ik zelf in de cacaofabriek-wereld leefde en je gewoon minder bezig bent met hoe het eigenlijk geoogst wordt en wat zich daar afspeelt,“ legt hij uit.
Verbeelding aan de vrije loop
Ongeveer twee jaar na het zien van die specifieke portretten begon Donald in 2022 met het maken van aantekeningen. “Ik doe wel wat research, maar wil eerst mijn verbeelding en herinneringen aan de vrije loop laten gaan en dan later waar nodig kijken naar de geschiedenis en de feiten.”
De schrijver koos bewust voor de periode rond 1970, omdat dat het beste aansloot bij zijn eigen jeugd in het arbeidershuis van cacaofabriek De Zaan. Door deze tijdskeuze kan de lezer teruggaan in de tijd en een authentiek inkijkje krijgen in het leven van toen, met de mensen, bedrijven en winkels die destijds de straten levendig maakten.
Goden en sociaaldemocratische leiders
“Bij uitzondering heb ik mijn verhaal deels laten leiden door andere boeken die ik gelezen heb. In het boek noem ik ook een aantal bronnen” vertelt Donald. Tijdens het schrijfproces creëerde hij twee protagonisten: de ene werkzaam in cacaofabriek De Zaan, de andere op een cacaoplantage in West-Afrika.
Om verschillende verhaallagen te creëren, introduceerde Donald de Azteekse scheppergod Quetzalcoatl en Xochipilli, de bloemengod, die de lezer meenemen in het verhaal van de twee jongens. “Ik wilde daar wel een tegenstem tegen hebben en ik vond dat de sociaaldemocratische leiders daar goed bij passen. Die nemen ook een rol in in het verhaal. Dat zorgt voor een laag tussen de goden en de twee jongens,“ verklaart de schrijver.
Van ‘Cacao’ naar ‘Nevenwezen’
Op een creatieve manier laat Donald in ‘Nevenwezen’, een boek dat zowel grappig als aangrijpend is, zien hoe mythen en het echte leven, het verleden en nu constant met elkaar verweven zijn. Oorspronkelijk droeg het boek de werktitel ‘Cacao’, maar na overleg met de uitgever ontstond de titel ‘Nevenwezen’, die de twee werelden van de jongens en de leidende verhaallijn van de goden goed weergeeft.
Voor elke lezer anders
Donald heeft geen specifieke doelgroep voor ogen. “Ik schrijf het verhaal en heb er mijn eigen kijk op natuurlijk, maar denk nooit na voor wie ik het boek schrijf. Iedereen kan en mag het anders interpreteren” zegt hij. “De een leest het voor de Zaanse geschiedenis en de ander voor de literaire waarde. Ik schrijf namelijk best poëtisch en gebruik moeilijke taal.”
“Het verhaal is nu van de lezer”, sluit Donald af “Het liefst vertel ik zo min mogelijk over het boek en mogen anderen het ervaren. Gelukkig vind ik het niet moeilijk omdat los te laten.”
(Foto: Renée Koopman)

