Zijlstra Schipper Architecten vijfenzeventig jaar.

De vader van Jeroen Zijlstra is het architectenbureau ooit begonnen met Rogier Verbeek als compagnon. Zij namen daarnaast het bureau over van Jaap Schipper, een van de grondleggers van de Zaanse Schans. Verbeek, iets ouder, ging na verloop van tijd een andere weg. Jan zette het architectenbureau voort als Zijlstra Schipper, vond het belangrijk om die naam in ere te houden. Schipper was bekend op het gebied van restauratie en dat is in zekere zin voortgezet.

Jeroen is een geboren Zaankanter en is daarna meeverhuisd met zijn ouders naar Egmond aan Zee, de plek waar zijn moeder vandaan kwam. Door de geschiedenis heen is Zijlstra Schipper een vrij breed bureau waar rond de tien mensen werken.

“Wij doen nog steeds de restauratie van monumenten, transformeren de gebouwen naar hedendaagse maatstaven. Iets meer dan vijftig procent wat we doen is gerelateerd aan de zorg. Klinieken, gezondheidscentra, dagbestedingen, tandartsen. Kortom gebouwen met een maatschappelijke functie. Mijn vader heeft een hoop bejaarden- en verzorgingshuizen neergezet. De eerste die ooit gebouwd is, is inmiddels al weer getransformeerd naar de behoeften van de nieuwe zorg.”

Ze ontwerpen ook multifunctionele commerciële plinten. Winkels en bijvoorbeeld advocaten- of tandartspraktijken op de begane grond met appartementen erboven. En in de tijd waarin panden vanwege de grote vraag naar woonruimte steeds meer worden omgebouwd tot appartementencomplexen houden ze zich ook daarmee bezig.

“We zijn geen bureau van twaalf in een dozijn, maar meer eentje van de specials. Het is ook fijn als je in zekere mate je klussen kunt kiezen. Wij houden ons niet bezig met de woonwijk van honderd of driehonderd woningen, maar wel dat appartementencomplexje dat nog nét ergens tussen past. Dat is leuk, daarnaast ook een fijne uitdaging. Wij zijn een dienstbaar architectenbureau voor de klant en zijn of haar omgeving, gericht op functionaliteit. Ik ben geen Rem Koolhaas. Al zou ik best weleens heel kunstzinnig, heel architectonisch willen bouwen.”

Rekening houdend met de eisen van de gemeente en het budget van de klant wil Zijlstra Schipper uiteraard wel iets moois maken, een maatpak dat aansluit bij de wensen.

“Wij onderscheiden ons doordat we goed kunnen luisteren. We maken iets functioneels. Zijn niet alleen maar bezig met het mooie plaatje. Ik kan juist echt genieten wanneer een ‘probleem’ heel praktisch kan worden opgelost.”

Jeroen heeft het met de paplepel ingegoten gekregen, maar op de middelbare school was hij nog aan het verkennen, iets dat zijn vader ook stimuleerde. Maar het feit dat er in de ruimtelijke omgeving ineens iets staat dat je gemaakt hebt, iets tastbaars, sprak hem op een gegeven moment toch echt aan.

“Van oudsher is de architect als een soort bouwheer op de bouwplaats verschenen. Vroeger was het ‘meneer, de architect’. Die standing heb ik nooit belangrijk gevonden. Tijdens mijn studie kalfde het beroep wel een beetje af. De aannemer die zei: ontwerp jij die dakkapel maar, de rest bouwen wij wel af, weten wel hoe het moet. De wederopbouw, de jaren zeventig en tachtig sprongen er mede daardoor niet uit wat betreft architectonische hoogstandjes.”

Jeroen is naast architectuur ook bouwmanagement gaan studeren, vond juist ook het ondernemingsgedeelte, de helikopterblik, heel belangrijk. Het voeren van het projectmanagement en de directie. Het van A tot Z ontzorgen.

“Wij vinden het ook belangrijk om onze eigen tekenaars te hebben, zodat wat we ontwerpen ook zelf kunnen maken. Er zijn collega’s die alleen maar ontwerpen en het daarna door een tekenbureau laten uitwerken. Je krijgt daardoor een ander soort bouwtekening, een ander soort product.”

Jeroen ziet het als voordeel dat je met eigen tekenaars meer grip hebt op het project. Als er bijvoorbeeld bezuinigd moet worden, is het gemakkelijker om mee te helpen zoeken naar een oplossing, met behoud van de esthetische waarde.

“Ooit hebben mijn vader en ik iets ontworpen voor een projectontwikkelaar. Hij zou er daarna wel verder mee gaan. De ronde balkonnetjes bleken nadien plots recht geworden. We wilden dan ook niet op het reclamebord vermeld worden. Het was ons werk niet meer.”

In 2007 kwam Jeroen in de directie van Zijlstra Schipper, juist op het moment dat de crisis in de bouwsector begon. Een lastige periode die wel tot 2013 à 2014 heeft voortgeduurd en die ook daarna nog wel wat sporen na heeft gelaten.

“In die tijd was je blij met elk werk dat binnenkwam, maar ook toen hebben we wel onze kwaliteitsnormen proberen aan te houden. Er zijn wel wat projectjes geweest waar we iets minder pr voor hebben gedaan.”

Zijlstra Schipper werkt niet heel specifiek in Wormer, maar heeft een brede horizon. Het is op zich prettig werken met familiebedrijven aldaar. Jeroen denkt daarbij bijvoorbeeld aan Bouwcenter Floris, eerst gevestigd in Wormer, nu in Wormerveer. Van de honderd man personeel waren er pakweg dertig familie van elkaar. De atmosfeer in Wormer is wat vriendelijker dan in bijvoorbeeld Wormerveer. Het motto in de Zaanstreek is ‘doe maar gewoon, doe je al gek genoeg’. Het bureau werkt ook wel voor de gemeente.

“We hebben elkaar nodig. Je werkt echt samen aan een project. Alles voor het beste resultaat. Ons bureau is gevestigd in Pakhuis Saigon aan de Zaan. Een mooi pand met een rijke industriële geschiedenis. Het is wat anders als dat we in een vierkante doos ons kantoor zouden hebben. Het helpt voor de uitstraling, maar meer werk krijg ik er niet van. Het levert wel een aangename werksfeer op. Iets dat je merkt bij alle bedrijven die in dit pand zijn gevestigd. In die zin is de locatie heel positief.”

Jeroen geniet wel van het ‘open minded’ ondernemersklimaat in Wormerland en de Zaanstreek. Bedrijven, mensen in het algemeen, zijn goed benaderbaar en hij adviseert toekomstige ondernemers dat ook vooral te doen. Toen hijzelf een tijd afwezig was vanwege een ziekte, merkte hij dat mensen toch iets verder van hem af kwamen te staan.

“Al ga je maar naar de lokale borrel. Dat maakte het verschil. Het is mooi wanneer je met elkaar dingen kunt delen. Bij de vrijdagse ondernemersborrel heb ik met de directie van bijvoorbeeld Ahold gestaan. Het is zaak om voor dat soort zaken open te staan. We hebben hier in het pand ‘Amsterdamse bedrijven’ gehad die zich als eilandjes gedroegen. Die waren eigenlijk nooit een lang leven beschoren.”

Jeroen vindt de industriële wand waarin zijn bureau zich bevindt heel inspirerend. Het feit dat er nieuwe bestemmingen voor zijn gevonden: kantoren, en sinds daar uiteindelijk ook toestemming voor is gegeven, ook woningen, een sportcentrum, een horecagelegenheid.

“En daartussen zit dan Lassie als productiebedrijf. En twee grote cacaoproducenten. Waarom zitten drie van die grote bedrijven juist in Wormer? Lassie vanwege de geschiedenis. Na de grote cacaobrand hier in Wormer was het maar de vraag of er weer hier mocht worden opgebouwd. En nu kijken wat er met het pakhuis Wormerveer dat hier in Wormer in de steigers staat gaat gebeuren. Nog zo’n landmark is het gebouw De Adelaar. Wij waren ooit betrokken bij de restauratie, zouden er aanvankelijk ook zelf kantoor gaan houden. Voor het pand van Jan Dekker in Wormerveer hebben wij een heel plan gemaakt. Maar dat gebouw is met plan en al verkocht. Het is de vraag wat ermee gaat gebeuren.”

Jeroen is het liefst bezig met ‘het ophalen’ van de wens van de klant om daar een concept aan te hangen, waarna de tekenaars verder kunnen met het uitwerken van het concept. Hij wordt blij van het klantcontact.

“Juist niet te veel verschillende klanten op een dag, want je moet wel je creativiteit kunnen tunnelen. We hebben natuurlijk ook uitvoerend werk waarbij we een rol hebben dat gemonitord moet worden. Je moet mij niet een hele dag opsluiten in een kantoor.”

In feite zijn alle projecten die Zijlstra Schipper heeft gedaan kindjes van Jeroen en de zijnen. Van het Zaantheater is het bureau mede-architect. Gemeente Zaanstad was eind jaren negentig op zoek en toen heeft zijn vader ervoor gezorgd dat het een Zaanse prijsvraag werd. Uiteindelijk heeft de Architectencombinatie Theater de opdracht uitgevoerd.

“Het oude kadastergebouw van de Rijksgebouwendienst in Alkmaar hebben we getransformeerd naar een appartementencomplex met 88 woningen.  Het complex heet ‘De Landmeter’.  Van zo’n project word ik blij. Het was een uitdaging door de complexiteit. Wat moeilijk is, maken we simpel. We hebben er een mooie draai aan kunnen geven. Woningen willen opdrachtgevers vaak seriematig hebben. Er zijn daar vierentwintig verschillende woningtypes. Een fijn puzzelwerk, samen met mijn vader. Hij is daar heel goed in. Drie dagen per week komt hij nog hier op kantoor. Veel architecten kunnen niet stoppen en worden ook oud.”

Tekst: Guus Bauer